Bank of algoritme: Wie financiert de Nederlandse ondernemer in 2026?

De toekomst van zakelijke financiering is hybride

De bank is niet dood. Maar ze heeft een jongere broer erbij die de spelregels danig verandert.

Er waait een nieuwe wind door de Nederlandse bedrijfsfinanciering. Niet de stormwind van de revolutie, maar de gestage bries van een stille machtsoverdracht. Wie in 2026 als ondernemer geld nodig heeft, heeft meer keuze dan ooit — en minder tijd dan ooit om die keuze goed te maken.

Cedric Roels over ABN Amro

Geschreven door Cedric RoelsZakelijke financieringsadviseur met meer dan 8 jaar praktijkervaring in de FinTech-sector, gespecialiseerd in bedrijfsfinanciering en digitale financiële producten. Lees meer over zijn achtergrond →


Laten we beginnen met een getal dat er werkelijk toe doet: €5,8 miljard. Zoveel nieuw geld vloeide er in 2024 via non-bancaire financiering naar Nederlandse ondernemers. Niet via ABN AMRO of Rabobank, maar via partijen als BridgeFund, Floryn en Swishfund, namen die kwarteeuw geleden nog niemand kende. De markt groeide daarmee met 16,4% ten opzichte van het jaar ervoor. Bij de allerkleinste kredieten, zeg tot €25.000, pikt de fintech inmiddels 59 procent van alle nieuwe verstrekkingen in. Zes van de tien keer komt dat geld thans niet van een bank.

De vraag die ondernemers, accountants en bankiers bezighoudt, luidt daarmee niet meer óf de fintech een factor is. Die vraag is allang beantwoord. De vraag is: wat verdwijnt er, wat blijft er, en wat verandert er in de manier waarop geld zijn weg vindt naar de ondernemer die het nodig heeft?


Twee werelden, één markt

Om te begrijpen wat er speelt, moet je de financieringsmarkt ophouden in tweeën te klieven.

Aan de ene kant: de grote, complexe, langlopende financiering. Bedrijfsovernames. Vastgoed. Investeringen die over jaren terugverdiend worden. Dossiers met jaarrekeningen, prognoses, notarisaktes en soms een raad van bestuur aan tafel. Dat terrein behoort onverminderd toe aan de gevestigde banken. ABN AMRO, ING, Rabobank, Triodos — zij bewaken dat domein met de rust van partijen die weten dat hun positie niet morgen weggevaagd wordt.

Aan de andere kant: de snelle, kleine en veelal kortlopende financiering. Werkkapitaal voor de webshop die een voorraadpiek moet opvangen. De dienstverlener die een factuur van zestig dagen moet overbruggen. De zzp’er die een marketingcampagne wil starten maar zijn kas nog moet vullen. Precies daar heeft zich het afgelopen decennium een wereld opgebouwd die tien jaar geleden nauwelijks bestond.

De financiering die vanouds tussen wal en schip viel, te klein voor de bank, te risicovol voor de investeerder, heeft thans een eigen ecosysteem gekregen. En dat ecosysteem groeit.


Het prijskaartje van snelheid

Wie snelheid wilt, betaalt. Dat is geen oneliner, maar een structurele waarheid die iedere ondernemer zou moeten kennen voordat hij op “aanvragen” klikt.

Neem BridgeFund. Een van de meest herkenbare namen in het Nederlandse mkb-financieringslandschap: bedragen van €5.000 tot €250.000, looptijden tot 36 maanden, en een rente van 0,7% tot 3,3% per maand. Zeg dat hardop: per maand. Op jaarbasis kan dat in hogere risicocategorieën oplopen tot percentages waar een traditionele bankier bleek van zou worden. En toch stromen de aanvragen binnen, omdat snelheid, voor sommige ondernemers op sommige momenten, meer waard is dan de laagste rente.

Floryn gaat hoger in ticket én positiever in prijs: van €10.000 tot €2,5 miljoen, met tarieven die op papier beginnen bij 4,9% per jaar. Maar lees de kleine lettertjes: in de hogere risicoklassen loopt dat op tot 16,68% per jaar, exclusief afsluit- en servicekosten. Swishfund belooft uitbetaling binnen 24 uur, maar vergeet niet dat boetevrij aflossen pas mogelijk is nadat een kwart van de looptijd is verstreken — een detail dat menig ondernemer ontgaat op het moment dat hij besluit vroeg af te lossen.

Tegenover deze fintechs staat de nuchtere realiteit van ING: een publiek gepubliceerde rente van 4,40% tot 13,95% voor nieuwe zakelijke leningen met een rentevaste periode van één tot tien jaar. Minder sexy, minder snel, maar voor de ondernemer met een degelijk profiel veelal aanzienlijk goedkoper. Het verschil zit hem niet in de technologie maar in de tijd: de bank vraagt meer van je, maar geeft er doorgaans minder voor in rekening.

ABN AMRO speelde handig in op dit spanningsveld door New10 te lanceren: formeel een afzonderlijk platform, inhoudelijk een bancaire propositie in fintechjasje. Rente van 5,6% tot 12%, afsluitkosten van €250 tot €1.500, en — opvallend voor wie het weet — toegankelijk voor ondernemers met een rekening bij SNS, Knab of RegioBank, niet alleen ABN-klanten. New10 is daarmee minder een concurrent van de bank dan een verlengstuk ervan.

Rabobank kiest een ander pad: geen transparante rentetabel, maar een online rente-indicatie in dertig seconden, gevolgd door persoonlijk contact. De filosofie is die van het instituut: de relatie telt. Triodos, ten slotte, is een categorie apart, een bank die financiert vanaf €50.000, beoordeelt op maatschappelijke impact en beslist doorgaans binnen vier tot acht weken. Niet voor wie het snel nodig heeft. Wel voor wie past bij het profiel.


De computer ziet wat de bankier mist

Hier wordt het werkelijk interessant. Want de echte innovatie zit niet in de snelheid van uitbetaling of de hoogte van de rente. Die zit in wat er in de kast achter het aanvraagformulier gebeurt.

Banken beoordelen kredietwaardigheid traditioneel op basis van jaarrekeningen, prognoses, zekerheden en het taxatierapport van het onderpand. Gestandaardiseerde informatie, gevalideerd door een accountant, beoordeeld door een analist en geaccordeerd door een kredietcommissie. Degelijk. Soms traag. En voor jonge bedrijven met weinig historische cijfers: soms onoverkomelijk.

Fintechs kiezen een ander vertrekpunt. Via PSD2 (de Europese richtlijn die banken verplicht hun betaaldata open te stellen) kunnen zij met toestemming van de ondernemer rechtstreeks in de bankrekening kijken. Niet naar de jaarrekening van twee jaar geleden, maar naar het patroon van inkomende en uitgaande geldstromen van de afgelopen zes maanden. Ze zien of belastingbetalingen op tijd gedaan worden, of er signalen zijn van incasso’s of deurwaarders, hoe volatiel de omzet is en — voor omzetgedreven financiers als YouLend en PIN Voorschot — hoe groot de dagelijkse kasstroom precies is.

Maar de meest opmerkelijke ontwikkeling is wat sommige fintechs daarboven op leggen. In gesprekken met mensen uit de sector vallen namen als “online reviews”, “socialmedia-activiteit” en “kwaliteit van de e-mailcommunicatie”. Een ondernemer die in zijn aanvraagmail antwoord geeft in de onderwerpregel en de rest leeg laat. Een tekst vol spelfouten. Een antwoord dat toonzetting mist. Het correleert, zeggen insiders, met een hogere kans op afwijzing — niet als formele grond, maar als signaal in een model dat duizenden vergelijkbare cases heeft verwerkt.

De centrale vraag verschuift hierdoor van “kán de ondernemer de lening terugbetalen?” naar “zál hij dat doen?”. De eerste vraag is te beantwoorden met een spreadsheet. De tweede raakt aan karakter, professionaliteit en consistentie — en die zijn niet af te lezen uit een balans.

Dit is ook de plek waar het recht begint te wringen. De EU AI Act kwalificeert systemen die kredietwaardigheid van natuurlijke personen beoordelen als “hoog-risico”, met strenge eisen voor transparantie, documentatie en menselijk toezicht. Maar voor rechtspersonen — de BV, de NV, de meeste mkb-ondernemingen — gelden die beperkingen vooralsnog niet. En fintechs die uitsluitend aan rechtspersonen lenen, opereren bovendien veelal buiten het toezicht van DNB en de AFM. Dat geeft hun ruimte. Hoeveel ruimte, en voor hoe lang, is een vraag die de toezichthouders zichzelf ongetwijfeld ook stellen.


De versnippering van de markt

Wie dacht dat “de fintech” een homogene categorie was, vergist zich deerlijk. De Nederlandse markt telt inmiddels een rijke verscheidenheid aan specialisten, elk met een eigen niche, eigen prijslogica en eigen risicotolerantie.

5in5 verstrekt kredieten tot €5.000 — puur op basis van bankdata, zonder jaarrekening, zonder businessplan, zonder minimale omzet. Een noodluik voor wie écht even iets nodig heeft. YEAZ biedt doorlopend krediet tot €50.000, met een maandrente van 1,5% tot 2,38% — duurder dan de bank, maar flexibel tot op de dag. Qeld verkoopt geen rentepercentage maar een “vast maandbedrag”, wat vergelijken bewust lastiger maakt maar voor veel ondernemers aanvoelt als overzichtelijkheid. Capilex is de vreemde eend: een fintech die juist wél werkt met onderpand, en dat vastgoed als hefboom gebruikt om een scherpere prijs te bieden.

YouLend en PIN Voorschot opereren in een geheel eigen categorie. Geen rente, maar een vaste vergoeding vooraf, met terugbetaling als percentage van de dagelijkse omzet. Voor horeca, retail en e-commerce — sectoren met grillige maar voorspelbare cashflows — is dat een model dat past als gegoten. De overname van PIN Voorschot door Swishfund illustreert tegelijkertijd dat consolidatie de volgende fase is: de markt rijpt, de zwakste spelers verdwijnen, de sterkste groeien door acquisitie.

smeGo gaat het verst in pure schaal: leningen tot €2,75 miljoen en factoring tot €3,5 miljoen, met behandeling vaak binnen één werkdag. Dat is geen micro-ondernemer meer die een factuur overbrugt; dat is een serieuze marktspeler die de middelgrote bank uitdaagt op zijn eigen terrein.


Het nieuwe midden: embedded finance

De meest onderschatte ontwikkeling is niet de opkomst van de fintechs op zichzelf. Het is de innige verstrengeling die is ontstaan tussen de gevestigde banken en de nieuwe spelers.

ING verwijst officieel door naar Qredits, Credion en Financieringsgilde wanneer een klant buiten het bancaire aanbod valt. Rabobank heeft embedded-financeoplossingen gebouwd bij bol.com en in accountingsoftware, waar ondernemers leningen tot €250.000 kunnen aanvragen puur op transactiedata — zonder bankbezoek, zonder adviseur. Floryn heeft koppelingen in boekhoudpakketten zodat financiële data automatisch inleesbaar is. YouLend werkt samen met betaalprovider Worldline én heeft een directe partnerovereenkomst met JP Morgan ter waarde van omgerekend €4,6 miljard.

Dit is geen strijd meer. Dit is co-existentie, en soms ronduit samenwerking. De bank behoudt de complexe dossiers en de langlopende relaties; de fintech of het embedded-financeplatform vult de gaten die de bank bewust laat liggen. Het model van de toekomst is niet “bank of fintech” maar “bank én fintech, elk op de plek waar hij het beste is”.

Dat dit ten koste gaat van het klassieke one-stop-shopmodel van de bank, is duidelijk. Knab, eens ambitieus op zakelijke dienstverlening, is inmiddels — aldus een voormalig directeur zakelijke financiering bij de bank — gestopt met het verstrekken van nieuwe zakelijke leningen. Een symptoom van een diepere beweging: distributie, specialisatie en platformintegratie winnen het van de generalist die alles voor iedereen probeert te zijn.


Wat de ondernemer hiervan moet weten

Alle data, alle modellen en alle fusienieuwtjes ten spijt: uiteindelijk gaat het om de vraag wat jij als ondernemer met dit landschap doet.

Drie inzichten zijn daarbij doorslaggevend.

Ten eerste: grootte en looptijd bepalen je speelveld. Tot circa €100.000 en kortlopend? De fintech is vaak sneller, soms ook goedkoper dan je denkt — mits je profiel goed is. Boven €250.000 of voor een lening die jaren loopt? Dan is de bank doorgaans de verstandigste eerste stop, al was het maar vanwege de prijs.

Ten tweede: je data is je dossier. Vergeet de jaarrekening van drie jaar geleden. Wat fintech-modellen zien, is je rekening van de afgelopen zes maanden. Zorg dat die er netjes uitziet: belastingen op tijd, geen rood staan, geen dubieuze bijschrijvingen. Het is de nieuwe kredietgeschiedenis.

Ten derde: professionaliteit telt buiten de cijfers. Neem je de communicatie niet serieus, dan wordt je aanvraag evenmin serieus behandeld. Een goed opgesteld bericht, een professioneel e-mailadres, een website die klopt — het zijn geen franje. Ze zijn, voor een toenemend aantal beoordelaars, onderdeel van het dossier.


De onvervulde belofte

Er is nog een blinde vlek in dit verhaal, en die verdient een eerlijke vermelding.

Want ondanks al deze groei, al deze data en al deze technologie, blijven dezelfde problemen terugkeren. Aanvraagprocessen die halfweg worden afgebroken. Documentatie die niet aangeleverd wordt. Ondernemers die niet terugbellen. Financiële data die onvoldoende is om een oordeel op te baseren.

De fintech heeft de aanvraag versimpeld. Het heeft de doorlooptijd teruggebracht van weken naar uren. Het heeft jaarrekeningen vervangen door bankdata en kredietcommissies door algoritmes. Maar de fundamentele uitdaging — de vertaling van het financieringsvraagstuk van ondernemer naar financier — is geenszins opgelost. Ze is alleen verplaatst.

En precies op die verplaatsing zet de volgende golf in. ABN AMRO kondigde aan vijfduizend banen te willen vervangen door AI. Dat klinkt als een koude reorganisatieaankondiging, maar wie even doordenkt, ziet de logica razendsnel. Een AI-agent kost een paar duizend euro per jaar. Hij belt consistent, onvermoeibaar en zonder humeurige maandagochtend elke klant die een ontbrekend documenttype nog niet heeft aangeleverd — doorheen de kantooruren, zonder uitzondering. Vergelijk dat met een klantenadviseur die drie à vier uur per dag werkelijk effectief is en per jaar een veelvoud kost, en de keuze is niet zozeer een bezuiniging als wel een onvermijdelijkheid.

De bouwstenen voor die wereld liggen er allang. Geautomatiseerde e-mails die gespreid over de dag worden verstuurd, gekoppeld aan WhatsApp-berichten of sms’jes: het bestaat al langer dan vandaag en niemand kijkt er nog van op. Een AI-agent die via chat je dossiervragen beantwoordt, ontbrekende stukken opspoort en je desnoods opbelt om het ontbrekende stuk aan te leveren — het is niet de toekomst, het is de meest logische volgende stap in een proces dat al jaren gestaag wordt geautomatiseerd.

Maar het houdt daar niet op.

De toekomst ligt in meer data, betere data en bredere data. PSD3, PSR, FiDA: de Europese wetgever bereidt een wereld voor waarin niet alleen betaaldata maar ook spaar-, beleggings-, verzekerings- en pensioeninformatie deelbaar wordt — altijd met expliciete toestemming van de klant, altijd binnen de grenzen van privacy en beveiliging. Wanneer dat realiteit wordt, verandert de kredietbeoordeling opnieuw. En wederom zal de fintech waarschijnlijk sneller reageren dan de bank.

De centrale vraag verschuift hierdoor van “kán de ondernemer de lening terugbetalen?” naar “zál hij dat doen?”.

De vraag is niet of dat een betere wereld is voor de ondernemer. De vraag is of die ondernemer er klaar voor is. Maar die evolutie lijkt voor nu onvermijdelijk.


Gebaseerd op openbare marktdata van SMF, CBS en publieke productinformatie van genoemde financiers. Prijzen en voorwaarden kunnen wijzigen; raadpleeg altijd de actuele productpagina’s of een onafhankelijk adviseur.

Publicatie 31/03/2026

Gepubliceerd door Team Creddo